Simone de Beauvoir (1908-1986) In een artikel over “Wat is existentialisme?” (1947).

‘De reden is dat het existentialisme, hoewel het beweert op de meest serieuze theoretische gronden te rusten, ook een praktische en levende houding wil zijn tegenover de problemen van de hedendaagse wereld. Het is een filosofie, maar wil zich niet beperken tot boeken en scholen; het wil de grote traditie van de antieke wijsheid doen herleven, die ook moeilijke natuurkunde en logica omvatte, maar een concrete menselijke houding voorstond, gericht tot alle mensen.

Daarom wordt het niet alleen uitgedrukt in theoretische en abstracte verhandelingen, maar tracht het ook een breder publiek te bereiken via romans en toneelstukken. Deze poging brengt velen in verwarring en doet hen twijfelen of het existentialisme wel echt filosofie is. Maar dat is een misverstand van wat filosofie in wezen is, die in Frankrijk nooit als een afzonderlijke discipline is opgevat, maar als een allesomvattende visie op de wereld en de mens, die het gehele menselijke domein moet omvatten.’

“Wat is filosofie?” (1991) is de titel van een boek van Gilles Deleuze (1925-1995). Hierin stelt Deleuze dat filosofie het ‘creëren van concepten’ is.

Een denkbeeldig café in Parijs, ergens eind jaren zestig.
Aan een kleine ronde tafel zitten Simone de Beauvoir en Gilles Deleuze . De espresso’s dampen nog.


Deleuze:
‘Simone, laten we meteen tot de kern komen. Voor mij is filosofie het creëren van concepten. Zonder nieuwe concepten geen beweging, geen verschil – slechts herhaling.’

Beauvoir:
‘Interessant, Gilles, maar waarom zou het creëren alleen al filosofie zijn? Ik zie filosofie veeleer als een manier om de situatie van de mens bloot te leggen. Concepten krijgen pas betekenis wanneer ze het concrete leven raken, wanneer ze vrijheid en onderdrukking zichtbaar maken.’

Deleuze:
‘Vrijheid, onderdrukking – dát zijn alweer concepten. Het punt is juist dat we niet beginnen bij “de mens” of bij moraal, maar bij een vlak van immanentie waarop alles stroomt. Filosofie is dan een soort cartografie van dat veld: we tekenen vluchtlijnen, verbinden singulariteiten.’

Beauvoir:
‘Maar zonder de existentiële ervaring van het subject blijft die cartografie abstract. De mens is zijn situering – zijn geslacht, zijn klasse, zijn geschiedenis. Filosofie moet die gegevenheden bevragen om tot verantwoordelijkheid te komen. Anders blijven we zweven boven de realiteit.’

Deleuze (grijnzend):
‘Zweven? Ik zou zeggen: surfen op golven van verschil! Het subject dat jij centraal stelt is, voor mij, al een resultaat – een knooppunt in een netwerk van krachten. Filosofie onderzoekt hoe dat knooppunt wordt gemaakt, niet hoe het zou “moeten” handelen.’

Beauvoir (strijdbaar):
‘En toch, wanneer een vrouw ontdekt dat haar “knooppunt” haar opsluit in de rol van “de ander”, kan filosofie haar wapens bieden om zich te onttrekken. Mijn De tweede sekse is geen loutere analyse van krachten, maar een oproep tot bevrijding.’

Deleuze:
‘Bevrijding kan nooit één streefpunt zijn; er zijn altijd meerdere ontsnappingslijnen. Wat voor de één bevrijdend werkt, kan voor de ander een nieuwe gevangenis zijn. Daarom weigert mijn filosofie universele voorschriften.’

Beauvoir:
‘Maar zonder normativiteit valt er niets te kiezen. We hebben waarden nodig om te kunnen zeggen dat een onderdrukt volk recht heeft op verzet, of dat een vrouw zichzelf mag verwezenlijken. Die keuzes zijn ethisch, niet slechts ontologisch.’

Deleuze (bedachtzaam):
‘Misschien ligt onze convergentie in het idee van worden. Jij zegt: “Men wordt niet als vrouw geboren, men wordt vrouw.” Ik zeg: elk ding is altijd in wording. Misschien verschilt vooral ons perspectief – jij benadrukt de grens tussen feit en waarde; ik benadruk de continuïteit van processen.’

Beauvoir:
‘En tóch: zonder het besef van ambiguïteit – dat de mens tegelijk feit en project is – slippen we in relativisme of fatalisme. Filosofie moet die ambiguïteit uithouden en via reflectie omzetten in handelen.’

Deleuze:
‘Goed, laten we handelen herdefiniëren. Voor mij is handelen een experiment, niet de toepassing van een vooraf gemaakt moreel plan. De filosoof is eerder zoals Spinoza’s “ethicus”: hij onderzoekt wat lichamen kunnen, hoe ze samen resoneren.’

Beauvoir:
‘En ik zou zeggen dat resonantie pas zinvol is als ze concretiseert in solidariteit. Juist door solidair te handelen overschrijdt het individu de grenzen van zijn situatie en creëert het een toekomst.’

Deleuze:
‘Een toekomst, ja – maar altijd meervoud: toekomsten. Conceptcreatie en solidariteit hoeven elkaar niet uit te sluiten. Misschien is filosofie het uitvinden van condities waaronder nieuwe toekomsten mogelijk worden. Jij richt je op de condition humaine; ik op de condition non-humaine – dat wat nog niet menselijk is, wat pas zal verschijnen.’

Beauvoir (knikt):
‘Dan kunnen we het zo samenvatten: filosofie is het mobiliseren van concepten én ervaringen om de werkelijkheid te veranderen. Waar jij de nadruk legt op ontologische creatie, voeg ik het gewicht van ethische keuze toe.’

Deleuze (lachend):
‘Een mooi “en… en…” in plaats van een “of… of…”. Typisch Deleuze!’

Beauvoir (glimlachend):
‘Maar mét de ernst van engagement, typisch Beauvoir.’


Epiloog

De twee staan op, schuiven hun stoelen terug. Buiten begint Parijs langzaam te bruisen. Hun dialoog blijft zweven in de lucht: een uitnodiging om tegelijk concepten te scheppen en situaties te veranderen – om in filosofie altijd het woord en te horen, nooit alleen of.

Mede mogelijk gemaakt met AI