Het berouw van Prometheus

In een in 2023 verschenen klein boekje met als titel : Die Reue des Prometheus beschrijft Peter Sloterdijk een geschiedenis van het gebruik van het vuur. Prometheus gaf de mens het geschenk van het vuur. Daarvoor werd hij door Zeus gestraft: Prometheus werd aan een rots geketend en een adelaar at elke dag een stuk van zijn lever.
Sinds mensenheugenis moet de mens zijn wisselwerking met de natuur op een bepaalde manier organiseren. Een belangrijke factor daarbij was en is arbeid, spierkracht. Toen Prometheus, volgens de mythe, zijn gave naar de aarde bracht, kwam er een andere beslissende factor bij: het vuur. Sloterdijk koppelt de geschiedenis van vuur aan de geschiedenis van de klimaatverandering. Aan het begin van de menselijke geschiedenis werd vuur gebruikt voor de “manipulatie van voedingsmiddelen”, voor verwarming, voor ovens en hete baden. Vuur is kracht, het zet dingen in beweging, verwarmt en laat dingen ontploffen. Sloterdijk noemt dit alles ‘pyrotechniek’. Het omgaan met de natuur werd een samenspel van spierkracht en pyrotechniek.
Met de innovatieve verbrandingsmachines, de zogenaamde stoomkracht, opende zich in de late 17e eeuw en 18e eeuw een nieuwe horizon. Een radicaal veranderd metabolisch regime ontstond: uit de diepte van de aarde leken talloze “bomen naar de oppervlakte“ te stijgen – in de vorm van steenkool en cokes en vanaf het begin van de 20e eeuw in de vorm van aardolie. Nu werden de versteende of vloeibaar gemaakte oerbossen van lang vervlogen tijden teruggebracht naar de historische tijd en door talloze vuren die machines aandrijven, verbrand. Wat we beschouwen als de moderne beschavingen, zijn zo in werkelijkheid de effecten van bosbranden. De moderne mensheid is een collectief van brandstichters die de ondergrondse bossen en moerassen in brand steken.
Prometheus schaamt zich. En terecht. De gave van het vuur heeft zich bewezen als een noodlottig geschenk dat zich onstuitbaar uitbreidt. De effecten van het vuur in handen van mensen leidt tot een Ekpyrosis, het einde van de wereld door het vuur.

In het laatste hoofdstuk („Andere krachten, ander vuur“) worden de meervoudige crises van de huidige tijd compact gediagnosticeerd. De „prometheïsche schaamte“, gaat over in „prometheïsch berouw“, en Sloterdijk gaat nu in op de vraag wat in de plaats zou kunnen komen van de ondergrondse bossen.
Wat zijn actuele en potentiële technologieën die men post-prometheïsch zou kunnen noemen? Men zou hier al een reeks van mogelijkheden kunnen aanwijzen: op de alom geprezen zonne-energie, de winning van biogas, op de krachten die voortkomen uit wind, stromend en vallend water, uit de getijden van de zee en aardwarmte. In deze en andere procedures manifesteert zich een nieuwe habitus, het „energetische pacifisme“.
